top of page

Democratie behoeft dringend renovatie


Democratie kwetsbaar en geen garantie tegen machtsmisbruik

De democratie in zijn huidige vorm is een betrekkelijk recente verworvenheid van het volk, waarmee beoogd werd een beschermingsmechanisme tot stand te brengen tegen macht, en het daarmee onlosmakelijk verbonden machtsmisbruik door vorsten, grootgrondbezitters (eerste en tweede stand) en later industriëlen en roergangers met totalitaire ideologieën. Onze voorouders ondervonden misbruik van macht vaak letterlijk aan den lijve in de millennia die voorafgingen aan de ruim tweehonderd jaar waarin het democratisch stelsel zoals we dat nu kennen werd ontwikkeld. Zélfs nog in die laatste twee eeuwen werden de twee grootste oorlogen uit de menselijke geschiedenis uitgevochten, waarin tientallen miljoenen burgers en soldaten werden geslachtofferd als kanonnenvlees in loopgraven of ontmenselijkt in vernietigingskampen omwille van de machtsaspiraties van de adellijke elite in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije en het Duitse keizerrijk en later van enkele krankzinnigen die op zoek naar Lebensraum geen enkel middel schuwden om, in hun ogen inferieure, mensen uit te roeien. De manier waarop Hitler en zijn NSDAP na een mislukte Putsch in 1923 uiteindelijk aan de macht kwamen heeft laten zien dat ook de parlementaire democratie geen garantie biedt tegen machtsmisbruik als de 'volksvertegenwoordigers' moreel onjuiste keuzes maken. De meerderheid kan dus ook onrecht creëren in plaats van recht. De besluitvorming bij meerderheid is immers geen kwaliteitscriterium.

Afstand van macht geen principiële keuze

De oude machthebbers (adel en clerus) stemden, in de eeuwen waarin het volk stapsgewijs via medezeggenschap tot volkssoevereiniteit kwam, niet overtuigd van het moreel superieure bestuursmodel in met democratie, maar onder druk van de onderlinge solidariteit van het volk en als gevolg daarvan ter voorkoming van het risico om álle macht te verspelen. Het was geen vrijwillige afstand, maar een gecalculeerde overlevingsstrategie van de elite. De prijs van onderdrukking was te hoog en risicovol geworden.


Technologische ontwikkelingen scheppen nieuwe mogelijkheden tot onderdrukking Technologische ontwikkelingen van de afgelopen decennia hebben echter gezorgd voor een herleving van de mogelijkheden tot repressie op een niet eerder vertoonde schaal. De mogelijkheden tot 'geweldloze' onderdrukking zijn dramatisch gestegen en de kosten daarvan evenredig gedaald: audiovisueel toezicht, kunstmatige intelligentie, biometrie, koppelen van data, overkill aan informatie en de door ons zelf ingevoerde (zoek)gegevens op internet en sociale media, maar ook robotisering, genetica en andere vindingen in de medische wetenschap en industrie hebben nieuwe methodes gecreëerd voor onderdrukking en machtsmisbruik. Deze nieuwe technieken in handen van kwaadwillende politieke of economische machthebbers vormen een ernstige bedreiging van onze vrijheden en vereisen een herijking van onze democratische instituties om het behoud van onze klassieke grondrechten zeker te stellen. Helaas vormen die geen onaantastbaar bezit, maar een verworvenheid die waakzaamheid en soms ook strijd vereist.


Uitholling van binnenuit Naast deze externe bedreigingen van onze vrijheid wordt het democratisch proces ook van binnenuit uitgehold. Verinnerlijkte angst, onzekerheid als gevolg van bewust verhullend politiek jargon, desinformatie of het achterhouden daarvan, affaires, gekonkel, gedraai en gelieg leiden niet alleen af van de werkelijke vraagstukken, maar ook tot politieke apathie van de bevolking en zijn zo een instrument in handen van de (staats)macht ter behoud van de status quo. We hebben niks te zeggen, ze doen toch wat ze willen, ze zullen wel het beste met ons voorhebben en soortgelijke frases zijn uitingen van politieke lethargie die zichtbaar maken dat het systeem faalt.


Onvoldoende controle op de uitvoerende macht De uitvoerende macht is in enkele decennia volledig los geraakt van adequate controle en schept zijn eigen regelsysteem ter bestendiging en uitbreiding van de macht in weerwil van de inmiddels fabelachtige trias politica. Verantwoording afleggen en verantwoordelijkheid nemen zijn daarmee illusoir geworden. Dat wat de Toeslagenaffaire[1] is gaan heten is slechts symptomatisch en het topje van de ijsberg van wat met recht op weg is een falende staat te worden. Het hele optreden tijdens de Coronacrisis waarbij met een hamer wordt geopereerd terwijl chirurgische precisie is geïndiceerd is een ander voorbeeld van de tekortschietende politieke wil om onze vrijheden en rechten te beschermen.

De Tweede Kamer is door coalitie-akkoorden, fractiediscipline en gebrekkige ondersteuning en middelen in verhouding tot die van de vakministeries, vrijwel monddood gemaakt, hetgeen pijnlijk duidelijk is geworden in de negen maanden waarin we te maken hebben met COVID-19. Ook het enorme verloop van parlementariërs die het mandaat van de kiezers kennelijk minder belangrijk vinden dan de eigen carrière, is niet bevorderlijk voor de weerspraak die de regering nodig heeft. De journalistiek en wetenschap zijn, door er al tientallen jaren neo-liberale principes op los te laten, eveneens gemuilkorfd of nog uitsluitend dienstbaar aan de macht en zelfs de onafhankelijkheid van de derde staatsmacht is door de wijze waarop de financiering de afgelopen decennia geregeld is - waarbij gestuurd wordt op kwantiteit in plaats van kwaliteit - onder zware druk gekomen en ook deze pijler van de staat heeft moeite om zijn taak nog naar behoren te vervullen.


Politieke participatie is ver onder de maat Politieke participatie van stemgerechtigden beperkt zich nu tot het doorgeven van een politieke 'bestelling' waarvan op voorhand duidelijk is dat iets anders uitgeserveerd zal worden. Daarnaast zorgt het geringe aantal betrókken leden van politieke partijen dat een elite van enige honderden politici is ontstaan die de koers van dit land bepalen, althans voor zover die nog wordt uitgezet door de daarvoor ingerichte gremia. Een groeiend aantal technologische ontwikkelingen, dat een veel grotere invloed heeft op de dagelijkse werkelijkheid van de burger, onttrekt zich volledig aan politieke besluitvorming zoals de hiervoor al genoemde genetica, robotisering, digitalisering en sociale manipulatie (onder meer via marketing), waarbij niet de politiek maar economische machthebbers aan de touwtjes trekken.

Politieke partijen zijn niet veel meer dan, doorgaans in verenigingsvorm, notarieel vastgelegde activistische organisaties die als doel hebben om hun idealen te verwezenlijken of minder romantisch geformuleerd, hun wil op te leggen aan andersdenkenden. De staatsinstituties worden al decennia zo niet eeuwen beheerst door dezelfde organisaties en hun rechtsvoorgangers. Het aantal leden van politieke verenigingen die vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer daalt al sinds lange tijd. De opkomst van Forum voor Democratie heeft wellicht voor een kleine, maar zoals het zich laat aanzien, tijdelijke trendbreuk gezorgd. De KNVB heeft vele malen meer leden dan alle politieke partijen bij elkaar die niet verder komen dan enige honderdduizenden en daarmee zo'n 1,5 % van de kiesgerechtigden vertegenwoordigen. Voor de vorm zijn ze democratisch georganiseerd, maar in werkelijkheid is het een kleine groep die daarbinnen de dienst uitmaakt (politieke oligarchen). De politieke koers die Nederland vaart wordt dus uitgezet door 0,05 % van de volwassen Nederlanders. De minderheid regeert de meerderheid is dus een realiteit waarvan de implicaties zouden moeten aanzetten tot denken over methodes tot verbetering van de participatiegraad van de Nederlander in de politiek. Dat dit ertoe zal leiden dat de huidige machthebbers zullen moeten inschikken is onvermijdelijk, maar voor een volwassen democratie dringend noodzakelijk. De huidige situatie is vanuit een democratisch oogpunt eufemistisch uitgedrukt: suboptimaal.

De adviezen van de Commissie Remkes [3] hebben zoals te verwachten geen revolutionaire vernieuwingsvoorstellen voor het staatsbestel gebracht en dreigen in vergetelheid te raken als het om de uitvoering ervan gaat. Met deze rapporten worden tijd en goodwill gekocht, maar tot vernieuwing leiden ze zelden aangezien dit niet in het belang is van degenen die nu aan de politieke touwtjes trekken.


Alle vormen van niet democratisch gelegitimeerde macht moeten niet alleen worden blootgelegd, maar ook radicaal worden bestreden en die vormen winnen de laatste decennia zeer snel terrein, doordat de onderlinge solidariteit wordt afgebroken en de samenleving - mede door spitsvondige juridische en fiscale constructies - zo complex is geworden dat vrijwel niemand nog het totaal overziet of weet wie de echte machthebbers zijn. Dat geldt voor staatsinstituties, maar ook voor economische machtsconcentraties, die qua maatschappelijke implicaties als gevolg van de globalisering de invloed van de staat soms overtreffen.[2] Het is lastig strijden tegen een onzichtbare tegenstander. Meer transparantie is dus noodzakelijk, maar ook meer alertheid bij parlement en regering én verzet van de burger zelf tegen machtige marktpartijen die het niet zo nauw nemen met onze rechten: het boycotten van producten is nog altijd een effectief middel om bedrijven aan te zetten tot ander gedrag; we zitten nog steeds op Facebook, kopen nog steeds kleding die door kinderen in elkaar is gezet en tanken bij Shell, ondanks dat ander gedrag geïndiceerd is.


Fundamenten van het parlementair systeem ook dringend toe aan vernieuwing Zolang de mensheid machtsstructuren nodig heeft, dreigen vrijheid en vrede utopisch te blijven. We moeten waakzaam zijn dat we als volk onze verworven grondrechten niet kwijt raken. Alleen solidariteit en de ander niet zien als een bedreiging in een marktarena van allen tegen allen zoals de ideologie van het neo-liberalisme de mens laat geloven, biedt nog de mogelijkheid om de vrijheid voor allen te behouden. De ander is degene wiens rechten we moet verdedigen en dankzij wie we de strijd om het bestaan succesvol kunnen voeren. De morele les die we onze kinderen meegeven moet niet zijn; 'Jij hebt rechten', maar 'De ander heeft rechten'. Als iedereen dat als uitgangspunt voor het eigen handelen neemt, dan is dat de beste garantie dat ook de eigen rechten worden gewaarborgd, terwijl tegelijk verbinding onstaat in plaats van 'social distancing'.


Het parlementair systeem functioneert onvoldoende om de democratische legitimatie van de macht nog overtuigend inhoud en vorm te geven. Dit wordt pijnlijk zichtbaar sinds de gezondheidscrisis als gevolg van SARS-CoV-2, die vooral door toedoen van het bestuur en het nalaten van het parlement, ook een economisch, financieel en sociaal drama is geworden. De verbouwing van de Tweede Kamer is misschien noodzakelijk, maar de scheuren lopen inmiddels door tot in de fundamenten van onze parlementaire democratie. Een cosmetische opknapbeurt van het paleis waarin de volksvertegenwoordigers hun monologen afsteken voldoet niet meer.


Wat is ervoor nodig om het 'bouwwerk' minimaal te schragen en misschien zelfs nieuw elan te geven zodat er een dialoog op gang komt tussen de bevolking en haar vertegenwoordigers en de uitvoerende macht zich weer beperkt tot de uitvoering van de wil van het volk?

Hoe schragen we de democratie of zorgen voor innovatie?

Het zou vermetel zijn om te denken dat het mogelijk is om in zo'n kort bestek een dermate fundamentele vertrouwenscrisis met een paar suggesties te keren, maar een paar kleine, maar ook fundamentele aanpassingen zouden enig soelaas kunnen bieden.


Toetsing van wetten aan de Grondwet

Cruciaal lijkt me de invoering van toetsing van onze wetten aan de Grondwet en de oprichting van een constitutioneel hof. Dit is temeer noodzakelijk nu bepaalde partijen zich er niet meer voor schamen om de toetsing aan verdragen door supranationale rechtsprekende instanties onmogelijk te maken.

Invoering (bindend correctief) referendum

Dit maakt het, onder nog uit te werken voorwaarden, mogelijk voor de bevolking om bijsturend op te treden als wetgever en bestuur uit de bocht dreigen te vliegen. Maar ook ex ante zou de bevolking moeten kunnen aangeven dat handelen door regering en parlement gewenst is. Veel maatschappelijk relevante thema's komen nu door de structuur van het politiek bestel nooit op de agenda.

Wetgever moet weer gaan wet geven De meeste wetgeving wordt tot stand gebracht op de afdelingen wetgeving en beleid van de vakministeries en is daarmee in handen van de uitvoerende macht; waarschijnlijk een van de belangrijkste redenen voor het steeds dichter wordende woud van regelgeving. Een bestuur dat vast loopt in de uitvoering zal als natuurlijke reflex een steeds fijnmaziger regelnetwerk vlechten om zijn grip op de samenleving te vergroten. Het is echter niet aan de uitvoerende macht om regelgeving tot stand te brengen, dat is immers de primaire taak van de wetgever. Dat betekent echter wel dat de Tweede Kamer over meer middelen dient te beschikken om die taak ook te kunnen uitvoeren. Begin met het overhevelen van de afdelingen wetgeving en beleid van de vakministeries naar de Tweede Kamer. Naar rato van de politieke invloed die partijen weten te verwerven bij verkiezingen kunnen ze dan een beroep doen op de beschikbare wetgevingscapaciteit.


Afschaffen coalitieakkoorden

Coalitieakkoorden hebben het voordeel dat een kabinet in betrekkelijke politieke rust kan werken aan de uitvoering van het door de coalitiepartners gezamenlijk opgestelde programma voor de periode na de verkiezingen. Echter kleven er ook bezwaren aan. Het komt voor dat in de politieke koehandel die aan het sluiten van het akkoord voorafgaat, minderheidsstandpunten worden opgelegd aan de meerderheid van de bevolking. Dit is ondemocratisch en zorgt voor vervreemding tussen politiek en burger. Daarnaast worden standpunten waarvoor mogelijk wel een meerderheid bestaat bevroren, omdat de oppositiepartijen buiten spel staan.


Afschaffen fractiediscipline

De fractiediscipline verdraagt zich slecht met artikel 67 lid 3 van de Grondwet: 'De leden stemmen zonder last.' Volksvertegenwoordigers moeten de volledige vrijheid hebben om verantwoording te kunnen nemen voor het eigen stemgedrag. Als gestemd wordt in overeenstemming met dat wat door de fractievoorzitters of de partij wordt voorgeschreven, dan ontbreekt die vrijheid, maar zal ook de verantwoordelijkheid niet echt gevoeld worden. Artikel 4 van artikel 67: 'Over zaken wordt mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, wanneer één lid dit verlangt.', biedt onvoldoende compensatie voor de gebrekkige praktische uitvoering die wordt gegeven aan het derde lid.


Het is vijf voor twaalf als het behoud van onze vrijheden ons lief is. De politieke organisatie- en participatiegraad van bezorgde burgers moet dramatisch vergroot worden om nog serieus tegenwicht te kunnen bieden aan de bedreigingen van deze tijd.


Voetnoten

[1] Toeslagenaffaire schokt politiek, maar ouders wachten nog altijd op geld: https://www.nu.nl/politiek/6097390/toeslagenaffaire-schokt-politiek-maar-ouders-wachten-nog-altijd-op-geld.html

[2] Verdeel en heers: Belgische staatssecretaris zet geheime vaccinprijzen online: http://nos.nl/l/2361104

 
 
 

1 comentario


Miembro desconocido
27 mar 2021

Dag Peter,

Dank voor dit zeer interessante artikel en de verhelderende standpunten. Een kleine opmerking: bij het kopje "Afschaffen fractiediscipline'" viel mij een verschrijving op. Ik denk dat het lid 4 van artikel 67 Gw is.


Met vriendelijke groet,

B.P.

Me gusta
bottom of page